Dienstverlening en huisvesting

Burgers stellen hoge eisen aan de manier waarop de politie hen tegemoet treedt. Dienstverlening vindt plaats via meerdere kanalen en is wezenlijk voor de taakuitvoering door de nationale politie. Huisvesting speelt hierbij een belangrijke rol. Bij het maken van beleidskeuzes op het gebied van dienstverlening en huisvesting zijn de regioburgemeesters nauw betrokken.

Dienstverlening

Maatschappelijke en technologische veranderingen gaan ook aan de politie niet voorbij. Burgers stellen andere, hogere eisen aan de wijze waarop de politie hen tegemoet treedt. In 2012 heeft de politie in een dienstverleningsconcept (pdf, 277 kB) uitgewerkt dat vastlegt hoe ‘processen, procedures, systemen, de organisatie en aansturing worden ingericht om politiediensten te kunnen verlenen aan burgers, bedrijven en instanties.’ Het dienstverleningsconcept van de nationale politie gaat ervan uit dat de toegankelijkheid van de politie is gewaarborgd door dienstverlening aan te bieden via meerdere kanalen. Denk hierbij aan de ontvangst aan een balie in een politiebureau of een gemeentekantoor, een bezoek van de politie aan huis of om een internetaangifte.

Huisvesting

Het dienstverleningsconcept heeft ook gevolgen voor de huisvesting van de politie. Immers, de plek van waaruit agenten opereren, de bereikbaarheid en de ontvangst op politiebureaus is wezenlijk voor de ervaren dienstverlening door de burger. De minister gaf aan de Kamer aan dat met de huisvesting een ‘indicatieve besparing' van 76,5 mln. kan worden gerealiseerd. In 2013 is het meerjarig Strategisch Huisvestingsplan (pdf, 150 kB)

dat loopt tot 2025, vastgesteld door de minister. Dit plan vormt het kader bij de verdere uitwerking van de huisvesting van de landelijke eenheid, de regionale eenheden en het Politiedienstencentrum. Uiteraard zijn de regioburgemeesters ook op het gebied van huisvesting betrokken bij de te maken keuzes door korpschef en minister. De huisvesting van basisteams sluit immers nauw aan bij de gewenste taakuitvoering in de eenheden.

De regionale politiechefs hebben met de betreffende regioburgemeesters regionale voorstellen uitgewerkt die afgestemd zijn met de andere burgemeesters in de regio. Daarbij is ook gekeken naar slimme samenwerking met andere overheden, bijvoorbeeld door steunpunten voor wijkagenten te realiseren in gemeentehuizen. In het Artikel 19-overleg van 8 december 2014 (voorloper van het LOVP) heeft de minister, de regioburgemeesters gehoord hebbende, de locatielijsten (pdf, 883 kB) voor basisteams tot 2025 vastgesteld. De politie werkt in een uitvoeringsprogramma uit hoe de huisvestingsportefeuille in lijn wordt gebracht met het huisvestingsplan. Daadwerkelijke sluiting van bureaus gebeurt in nauw overleg met het lokale gezag en met de medezeggenschap.

Bereikbaarheid en beschikbaarheid

Dienstverlening en huisvesting hangen nauw samen met bereikbaarheid en beschikbaarheid. In een brief aan de Tweede Kamer (pdf, 40 kB) d.d. 15 april 2016 gaat de minister van VenJ in op de reactietijden van politie en het strategisch voertuigenplan van de politie.

In 2017 investeerde de politie in plaatsonafhankelijk werken door het gebruik van chromebooks (tablets).
De ggp-medewerkers kunnen hiermee op elke plek in de wijk in hun eigen kantooromgeving werken. Dit maakt een flexibelere inzet van medewerkers mogelijk en daardoor meer dienstverlening op maat richting de burgers.

In het halfjaarbericht aan de Kamer (juni 2018) over de taakuitvoering van politie schrijft de minister over de maatregelen en ontwikkelingen die de politie neemt om haar dienstverlening verder aan te passen aan de wensen van de burger. De politie wil in de toekomst daarbij meer nadruk leggen op de mogelijkheden van meldingen en laagdrempelig contact bieden. Naast het zo snel en zo makkelijk mogelijk melden of aangifte doen investeert de politie in het burgercontact door terugkoppelingen of aandacht voor juiste bejegening. Via het burgertevredenheidsonderzoek verkrijgt de politie inzicht in de behoefte en de tevredenheid van de burger.

Dit nieuwe instrument bestaat uit twee trajecten en is bedoeld als leerinstrument voor de organisatie. Enerzijds betreft het de politiemonitor, een landelijke enquête die tweejaarlijks onder aangevers zal worden gehouden (met de wens dit op termijn uit te breiden naar melders).  Anderzijds betreft het burgertevredenheidsonderzoek, een traject om met behulp van verschillende instrumenten de dialoog aan te gaan met de burger over de ervaren dienstverlening. Een voorbeeld hiervan is de ‘beltool’. Hierbij worden burgers die recent aangifte hebben gedaan teruggebeld om te horen hoe zij het aangifteproces hebben ervaren en om feedback te vragen. Het burgertevredenheidsonderzoek wordt dit jaar in alle eenheden gestart.

Meer informatie

Voortgangsberichten Tweede Kamer