Gebiedsgebonden politie

Gebiedsgebonden politie is het fundament van de politie in Nederland. Het houdt in dat het politiewerk in een gebied van beperkte geografische omvang wordt uitgevoerd door een vaste groep politiefunctionarissen. Dit zijn de basisteams waarin de wijkagent een sleutelfunctie vervult. De teams werken vanuit een locatie in het betreffende gebied; een wijk, een buurt of een dorp. De aanpak van veiligheid in de buurten en wijken is een speerpunt van de nationale politie.

In het gebiedsgebonden politiewerk zijn wijkagenten het vaste aanspreekpunt voor bewoners, bedrijven en instanties binnen de wijk of buurt. Dat bevordert de herkenbaarheid en aanspreekbaarheid van de politie. Hierdoor is de wijkagent in staat om problemen vroegtijdig te onderkennen en aan te pakken. Zij zijn cruciaal bij de integrale aanpak van veiligheid in de wijken. In deze aanpak staat samenwerking met burgers en andere relevante veiligheidspartners centraal en vormen problemen en behoeften in de buurt het uitgangspunt. Gebiedsgebonden politiezorg vraagt om een bottom-up aanpak. Dat betekent dat de gebiedsgebonden politiefunctionaris de rest van de politieorganisatie en andere instanties informeert en inschakelt wanneer dit nodig is om zo goed mogelijk maatwerk te kunnen leveren. Wijkagenten zijn de spil in een basisteam, zij staan in verbinding met de politieagenten in een basisteam en de opsporing.

Investeringsagenda: Veranderingen in de samenleving

Ontwikkelingen in de maatschappij - ook in internationale context - laten geen Nederlander onberoerd. De effecten komen vaak het eerste tot uiting op het niveau van de buurt of wijk in onze steden en dorpen. Deze ontwikkelingen brengen (vaak blijvende) veranderingen in de samenleving met zich mee en werken door in het functioneren en de cohesie van buurten en wijken. Het veiligheidsbeleid en de werkzaamheden van de politie moeten hierop aan sluiten. Dit geldt in het bijzonder voor de basisteams met als vooruitgeschoven post de wijkagenten. Daarom vragen de regioburgemeesters nadrukkelijk aandacht voor het investeren in de politie in de wijken. Het werk en de omgeving worden complexer en veeleisender. Dat vraagt flexibiliteit, slagkracht, kwaliteit en maatwerk van de politie om maximaal te kunnen inspelen op lokale omstandigheden. Het samen optrekken met de burger als belangrijkste partner staat hierbij centraal. Dit vraagt een politie die aanwezig is in de wijk en in staat is snel en adequaat op deze opgaven in te spelen.

De regioburgemeesters hebben op 24 maart 2016 hun investeringsagenda voor de politie gepresenteerd. Bijgaand het ingezonden stuk dat in de Volkskrant heeft gestaan en de uitgebreidere achterliggende notitie.

Ontwikkelagenda gebiedsgebonden politie

Wil de politie aansluiting bij de samenleving houden, dan is het noodzakelijk om mee te gaan met de ontwikkelingen in de maatschappij. De politie staat middenin een samenleving, die in rap tempo verandert. Digitalisering, terrorisme, vluchtelingenproblematiek en verwarde personen zijn onderwerpen die aan de orde van de dag zijn. Met de uitvoering van een ontwikkelagenda wil de politie het gebiedsgebonden politiewerk op een beter niveau te brengen, beter lokaal maatwerk leveren én de teamchefs in positie brengen. De ontwikkelagenda 'Gebiedsgebonden politie: Podium voor goed politiewerk' (pdf, 872 kB) (2018) volgt op de teveel doorgevoerde top-down benadering bij de start van de nationale politie waarbij het centralere en gestuurde karakter de boventoon voerden. Er is meer lokaal maatwerk en meer flexibiliteit binnen nationale kaders nodig (Commissie Evaluatie Politiewet 2012, 2017) voor uitvoering van goed politiewerk.

De ontwikkeling is op allerlei plekken binnen de politieorganisatie en in samenwerking met partners en burgers gaande. Voorbeelden zijn politievloggers, basisteams en wijkagenten op social media, webcare, de digitale wijkagent, pop-up politiebureaus, bondgenotenaanpak, etc. Het zijn allemaal voorbeelden van lokale politieteams en politiemensen die meebewegen met hun omgeving en vormgeven aan het gebiedsgebonden politiewerk van (over)morgen.

In de ontwikkelagenda wordt richting gegeven aan de ontwikkelingen van de gebiedsgebonden politie. Hiertoe zijn vier externe en vier interne opgaven voor de politie geformuleerd.

Extern gerichte opgaven

  • Werken in wijk en web; deze werelden lopen steeds meer door elkaar. Werken in de wijk en op het web moeten verder ontwikkeld en geintegreerd worden. De politietaak in de digitale wereld wordt verder ontwikkeld.
  • Omgaan met de wereld in de wijk; gebeurtenissen uit het buitenland, kunnen direct effect hebben in een wijk. ‘Ver van mijn bed’ bestaat niet meer en politie moet daarop inspelen.
  • Samenspannen tegen ondermijning; criminelen krijgen steeds meer grip op de maatschappij, de lokale samenwerking in de aanpak van ondermijning, de kennis en kunde van politiemedewerkers en gebiedsgerichte opsporing wordt versterkt.
  • Versterken van wendbare nabijheid; de politie moet nabij en aanspreekbaar zijn. Basisteams worden ondersteund in locatieonafhankelijk werken en er wordt gericht het gesprek aangegaan met burgers over de dienstverlening van de politie.

Interne gerichte opgaven

  • Team en teamchef in positie; De vorming van de nationale politie is gepaard gegaan met centralisering van beleid en beheer. Dit heeft geleid tot een gebrek aan beslissingsruimte op lokaal niveau. Er wordt meer lokale (regel)ruimte gecreeerd, zodat teamchefs zelf meer beslissingen kunnen nemen en financiële armslag krijgen om tegemoet te komen aan de wensen van het gezag.
  • ‘Klein binnen groot’ organiseren; waar nodig moeten binnen de grote teams clusters gerealiseerd worden voor sociale binding en binding met wijken en buurten.
  • Beter samenspel ontwikkelen; binnen de basisteams moet de samenwerking tussen de verschillende (nieuwe) functies verbeteren. Zo ook de verbinding met opsporing, bedrijfsvoering en de informatieorganisatie.
  • Vernieuwend werken; er wordt aan de basisteams ruimte gegeven om vernieuwend te werken, waarbij vakmensen zelf verantwoordelijk zijn voor een gebied of thema.

Wijkagenten

Wijkagenten zijn de voortdurende ogen en oren van de politie. Zij kennen hun verzorgingsgebied en de personen die daarbinnen wonen en werken en ze staan in verbinding met de verschillende netwerken in de wijk. Voor de burgemeesters zijn deze wijkagenten, als de kern van de gebiedsgebonden politie, belangrijk voor een integrale aanpak van veiligheid in de wijken. De gemiddelde norm voor het aantal wijkagenten is gesteld op 1 wijkagent op de 5000 inwoners per regionale eenheid. Dit ligt vast in de Politiewet 2012, artikel 38a. Zie ook het Inrichtingsplan (pdf, 5.4 MB) Nationale politie, p. 142 vv.

Kwalificaties en opleidingsmogelijkheden wijkagent

De Politieonderwijsraad heeft begin 2017 een advies aan de minister uitgebracht over de kwalificaties en opleidingsmogelijkheden van het wijkagentschap in 2025 (pdf, 1 MB). De Raad heeft in het advies een analyse gemaakt van de functie van de wijkagent nu en in de toekomst en heeft bekeken welke competenties en kwalificaties voor een goede invulling van deze functie nodig zijn. De algemene conclusie is dat een substantiële investering in (het positioneren en opleiden van) meer hbo-opgeleide wijkagenten noodzakelijk is. De Raad pleit niet voor een algemeen geldend hbo-kwalificatieniveau voor alle wijkagenten in 2025, maar voor een meer evenwichtige en hoger gewaardeerde samenstelling van meer zelfstandig opererende wijkteams. Ook wijkagenten zelf hebben behoefte aan een bredere opleiding. Vooral competenties in het kader van adequaat samenwerken met hoger opgeleide ketenpartners is hierbij een thema. Er is o.a. behoefte aan extra kennis over de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en mogelijkheden van de ketenpartners waarmee men moet samenwerken.

Kamerstukken wijkagent en gebiedsgebonden politie

In diverse brieven heeft de minister de Kamer de afgelopen jaren geinformeerd over de ontwikkeling van de gebiedsgebonden politiezorg en het aantal wijkagenten.

Onderzoeken

Er is de afgelopen jaren veel onderzoek gedaan naar (de ontwikkeling en voortgang van) het lokaal functioneren van de nationale politie. Hieronder een aantal relevante onderzoeken.

Inspectie JenV

Met de voortgangsrapportage is in december 2017 ook het 6e onderzoeksrapport van de Inspectie van Veiligheid en Justitie over de vorming van de Nationale Politie aan de Tweede Kamer gestuurd. In dit onderzoek is ingezoomd op de gebiedsgebonden politiezorg. De inspectie constateert dat de basisteams gevormd zijn maar dat de gebiedsgebonden politiezorg daarbinnen nog aan het begin van haar ontwikkeling staat.  Binnen de basisteams is meer duidelijkheid nodig over ieders rol en moeten rollen ook zoals ze zijn bedoeld worden ingevuld. Het is daarnaast belangrijk dat de capaciteit evenwichtiger verdeeld wordt over incidentafhandeling en wijkgerichte taken. Hierbij kan het helpen als teamchefs niet alleen afgerekend worden op prestatiecijfers over incidentafhandeling, maar dat ze ook meer ruimte krijgen voor inzet van wijkagenten op preventie en proactieve aanpak van overlast in de wijk. Daarnaast geeft de inspectie aan dat het belangrijk is dat er meer verbinding komt van de teams met de wijken. Sommige teams proberen dit door GGP-medewerkers en wijkagenten te laten samenwerken in een kleiner werkgebied. Dit verdient aandacht bij de verdere ontwikkeling van de politieorganisatie

Onderzoek Politieacademie

De Politieacademie heeft onder begeleiding van het Actieprogramma Lokale besturing Politie een onderzoek uitgevoerd naar de positionering van de gebiedsgebonden politiezorg in het nieuwe bestel. Dit onderzoek heet 'Lokale inbedding van de Nationale politie. Een eerste verkenning'.

De Politieacademie heeft in 2017 onderzoek over de 'lokale betekenis van de basisteams' (pdf, 2.6 MB) gedaan, wat gaat over de positionering van de gebiedsgebonden politiezorg in het nieuwe bestel. Het onderzoek geeft een inkijk in de beleving van politiemensen en bestuurders over het functioneren van de basisteams. Incidentafhandeling blijkt veel prioriteit te krijgen ten koste van wijkgerichte activiteiten en lokale opsporing. Ook is er weinig tot geen recherchecapaciteit is in de basisteams om op te treden tegen lokale criminelen die zich toeleggen op de georganiseerde misdaad. De capaciteit binnen basisteams wordt ingezet voor aangiftecriminaliteit. Respondenten vinden dat de basisteams te generalistisch zijn ingericht. Wijkagenten zien veel georganiseerde misdaad in hun wijken, maar deze criminelen worden vervolgens veel te weinig aangepakt. Ook wordt gepleit voor meer hoogwaardige opsporing in het basisteam.

Slechts een vijfde van de respondenten vindt dat de politie een basisvoorziening is die voldoende aanwezig en actief is. Het merendeel stelt dat het basisteam over onvoldoende menskracht beschikt. Deze constatering ligt in lijn met de investeringsagenda van de regioburgemeesters, waarin wordt gepleit voor een uitbreiding van de sterkte voor de basispolitiezorg, wijkagenten en de opsporing.

De helft van de respondenten vindt dat de reorganisatie de politie op grotere afstand van de burgers heeft geplaatst. De respondenten geven een onvoldoende aan de politieorganisatie als het gaat om ‘het aantal politiebureaus in het basisteam’. Volgens respondenten gaat het sluiten van bureaus ten koste van de aanwezigheid van politie in de wijk en kunnen ze daarom ook hun werk minder goed doen.

Onderzoek Politie & Wetenschap

In opdracht van Politie & Wetenschap heeft de Radboud Universiteit Nijmegen in 2016 onderzoek uitgevoerd naar hoe de basisteams binnen de Nationale Politie zijn ingericht en op welke wijze zij in de praktijk functioneren. Dit onderzoek "Basisteams in de nationale politie: organisatie, taakuitvoering en gebiedsgebonden werken", is in april 2016 afgerond. Ten aanzien van het gebiedsgebonden werken laat dit onderzoek zien dat het bij de verdere ontwikkeling van de basisteams belangrijk is voldoende ruimte te houden voor lokale invulling. De lokale context moet bepalend zijn voor hoe de politie het gebiedsgebonden werken lokaal vormgeeft. Een 'one size fits all' benadering is ongewenst.

Onderzoek WODC

Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum heeft in 2017 onderzoek uitgevoerd naar de maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de gebiedsgebonden politiezorg (pdf, 1.4 MB).

De meest in het oog springende ontwikkelingen die van invloed zijn op het werk van de politie en het gebiedsgebonden werk daarbinnen zijn:

  • decentralisaties in het sociaal domein;
  • digitalisering inclusief sociaal media;
  • demografische ontwikkelingen, migratie en vluchtelingen;
  • radicalisering, terrorisme en terreurdreiging;
  • internationalisering van misdaad en ondermijnende criminaliteit;
  • groei van toerisme, evenementen en horeca.

Oorsprong gebiedsgebonden politiewerk: community policing

De oorsprong van het gebiedsgebonden politiewerk (community policing) ligt in de jaren zeventig van de vorige eeuw in de Verenigde Staten. In deze periode wonnen politiepatrouilles te voet aan populariteit en werd duidelijk dat deze werkwijze leidde tot toegenomen veiligheidsgevoelens en een betere relatie tussen de politie en de burger [link Sozer, 2008]. Tegelijkertijd ontstonden nieuwe opvattingen over de wijze waarop de politie criminaliteit zou moeten bestrijden. Goldstein, een van de grondleggers van Community Policing en Problem Oriented Policing, was van mening dat de politie niet uitsluitend moest reageren op meldingen van criminaliteit, maar proactief op zoek moest gaan naar de onderliggende oorzaken om op deze manier criminaliteit bij de wortel aan te pakken (H. Goldstein, 1977). Hiervoor was het volgens hem noodzakelijk dat de politie een goed contact had met de gemeenschap. Enerzijds leverde dit contact naar zijn mening belangrijke informatie op over oorzaken van criminaliteit en anderzijds kon de gemeenschap een belangrijke rol vervullen bij het oplossen van deze problemen. Wilson en Kelling (1982) stelden dat de traditionele werkwijze van de politie niet effectief was in het bestrijden van criminaliteit. Ongerichte patrouilles schrokken criminelen niet af en de pakkans werd niet groter wanneer sneller op een melding gereageerd werd. Volgens Wilson en Kelling was samenwerking met de gemeenschap essentieel voor een effectieve aanpak van criminaliteit. Zij veronderstelden een belangrijke relatie tussen overlast en verloedering en het ontstaan van criminaliteit. Hun Broken Windows-theorie ging ervan uit dat overlast en verloedering van invloed waren op gevoelens van onveiligheid en angst voor criminaliteit, hetgeen een negatieve invloed had op de sociale cohesie in de buurt. Deze verminderde sociale cohesie vergrootte vervolgens het risico op het ontstaan van criminaliteit. Door overlast en verloedering aan te pakken zou de politie gevoelens van veiligheid en de sociale cohesie in een gemeenschap versterken en zouden zwaardere vergrijpen worden voorkomen.

Meer informatie (ook over de effectiviteit van community policing) is te vinden in het onderzoek 'Vier politiestrategiën tegen veelvoorkomende criminaliteit". (pdf, 2 MB)

Meer informatie

Links